‘Van Gogh-Schip’ in Meppel klaargestoomd voor speciale tochten

Toen schilder Vincent van Gogh onze provincie 140 jaar geleden bezocht met de stoomtrein, startte hij zijn route in Hoogeveen om daarna de boot richting Nieuw-Amsterdam te nemen. Stichting Drentse Praam wil dit jaar langs dezelfde route zogeheten Van Gogh-vaartochten organiseren en heeft daarom een oud schip gekocht. Deze aak vaart alleen nog niet en is daarom op transport naar Meppel gezet, waar de boot wordt klaargestoomd voor de vaartochten.

Het miezert een beetje rond de industriehaven in Hoogeveen, als vrijwilligers van de Drentse Praam bezig zijn met de voorbereidingen om het schip te verplaatsen. Dat lukt uiteindelijk in twee etappes. Donderdag werd het schip eerst van Hoogeveen naar het viaduct bij Alteveer gevaren en een dag later werd het doorgevaren naar een verwarmde loods in Meppel.

“Er wordt een hybride motor in geplaatst, want de vorige was aan vervanging toe. Ook zullen we wat dingen aanpassen en gaan we de boot opnieuw verven”, vertelt Albert Wolting van Stichting Drentse Praam.

Speciale giek
De verhuisoperatie was niet in een handomdraai geregeld, want de aak kan nog niet zelfstandig varen. Wolting maakte daarom gebruik van zijn eigen boot de Caland om het schip te vervoeren. “Ik heb een elektrische hydraulische giek achterop het schip. Die heb ik in de lengte naar achteren gezet, gestabiliseerd en vervolgens gekoppeld aan het bootje. Zo kan het aakje niet naar achteren of naar voren en botst het nergens tegenaan.”
Die manier van transporteren lijkt zijn vruchten af te werpen, want tijdens het varen blijft de boot stabiel drijven op het water. Toch vindt Wolting het allemaal wel spannend. Zijn eigen boot is al flink lang, maar nu komen er nog wat meters bij. “Gelukkig was het heel rustig is op het water en kwamen we geen ander verkeer tegen. Dat maakte de tocht een stuk relaxter”, legt Wolting uit.

Ruimte voor zitplekken
Het is dit jaar precies 140 jaar geleden dat Van Gogh onze provincie opzocht. De schilder was veertien dagen in Hoogeveen en ging vervolgens met de boot naar Nieuw-Amsterdam. Toen Wolting dat hoorde, begon het scheepvaartmuseum met een zoektocht naar een oude boot om rondvaarten mee te organiseren. Ze kwamen uit bij een aak uit 1908. Die werd eerder dit jaar nog opgehaald uit het Noord-Brabantse Waspik. De tocht duurde drie dagen.

De binnenkant van het schip is inmiddels op de schop gegaan en voornamelijk leeggemaakt voor zitplekken. Naast een stillere en milieuvriendelijkere motor wordt de technische installatie ook nog aangepast, zoals het toevoegen van een beeldscherm. Ook wordt er nog een klein keukentje op het schip geplaatst met allerlei apparatuur.

De Drentse Praam heeft als streven een historisch scheepvaartcentrum te realiseren in Hoogeveen. Dat is er al eens geweest, volgens Wolting door de turfvaart. In de achttiende en negentiende eeuw had je namelijk veel scheepswerven in Hoogeveen, maar is volgens hem niks van overgebleven. Daarom wil de stichting een scheepvaartcentrum realiseren dat blijft. De tochten moeten er uiteindelijk toe leiden dat ze een locatie voor zo’n museum kunnen bemachtigen.

Passen en meten
Als beide vaardagen erop zitten, staat de boot dus in een loods langs de Zomerdijk in Meppel. Daar kan het echte klussen beginnen, zegt vrijwilliger Otto Veenstra. “We hebben net de oude motor eruit gehaald met een bovenloopkraan.” Maar eenvoudig was dat niet, het is volgens hem passen en meten. “Er zaten wat slangen in de weg, het gaat soms om een paar centimeter speelruimte.”

Na een half uurtje lukt het eindelijk en is de motor uit de boot. Het oude blok heeft inmiddels al een nieuwe eigenaar. “Die is hier op dit moment ook om de motor direct mee te nemen”, vervolgt Veenstra. “Dan krijgt-ie toch nog een mooi plekje ergens.”

De nieuwe, hybride motor wordt deze maand gemonteerd. “Over een week of twee is het ons wel gelukt, denk ik. Daarna moet de boot vaarklaar zijn. Als het weer het toelaat kan de boot in februari het water in. In de zomer moeten dan de eerste vaartochten gehouden worden.”

RTV Drenthe / Wouter Westerveld