Terugkijken op 80 jaar DOS’46: “Ze hadden nog nooit van Nijeveen gehoord”
Komend weekend viert korfbalvereniging DOS’46 uit Nijeveen het tachtigjarig bestaan. Tijd voor een terugblik met oudgedienden Albert Lucas (73) en Gerjan Smit (72), spelers van het team dat in 1982 voor de eerste keer kampioen van Nederland werd.
Binnen bij Lucas op de bank liggen de oude programmaboekjes al klaar. Er worden volop herinneringen opgehaald tussen de oud-teamgenoten. “We worden al wat ouder, dus ik heb de boekjes er alvast bijgehaald”, zegt Lucas met een knipoog.
Voor Lucas en Smit begon het korfballen halverwege de jaren zestig. Een voetbalvereniging was er niet. Rinse Popma, toenmalig leerkracht op de lagere school, bracht het korfbalvirus naar Nijeveen.
“Wij trainden elke dag met Rinse”, vertelt Lucas. “Hij was helemaal gek van korfbal. Elke dag weer dat veld op. Wat is er nou leuker dan korfbaltraining krijgen van de meester? Hij zorgde er eigenlijk voor dat heel Nijeveen aan het korfballen ging.”
Club uit het kleine dorp
En dit bleek het begin van iets moois. Onder leiding van Popma ontwikkelde het jeugdteam, waar ook Lucas en Smit onderdeel van waren, zich razendsnel. De landelijke top lonkte. “De tegenstanders uit het westen namen ons eerst niet serieus. Ze hadden nog nooit van Nijeveen gehoord. En de naam DOS kenden ze ook niet.”
Al snel weet de ploeg respect af te dwingen en worden Nijeveen en DOS’46 bekend in de korfbalwereld. Het team van Lucas en Smit wordt Nederlands kampioen bij de hoogste jeugd. DOS’46 is niet langer alleen de club uit ‘dat kleine dorp’, maar wordt gezien als serieuze concurrent. “Binnen een jaar was dat wel over. We werden echt serieus genomen”, lacht Smit.
Promotie na promotie
Na de doorstroom naar de senioren bleven de Nijeveners een geduchte tegenstander voor de topteams uit de Randstad. “Klasse voor klasse hogerop. Jaar op jaar promoveren”, vertelt Smit zichtbaar trots.
Met als resultaat uiteindelijk de landstitel in 1982, door in de Rijnhal in Arnhem met 10-8 van Deetos uit Dordrecht te winnen. “Met lef en brutaliteit. Dat waren de mensen uit de stad niet gewend van ons dorpelingen. En met een team dat voor het grootste gedeelte uit Nijeveen afkomstig was. Prachtig toch.”
De thuiswedstrijden trekken ook steeds meer publiek. In Meppel, in de sporthal aan de Vledder, waar DOS’46 een periode in de zaal speelt, loopt de hal zelfs overvol. “Er stond een beveiliger bij de deur om iedereen tegen te houden”, lacht Lucas.
Veteranenkorfbal
Na de succesjaren bleef het team voor een groot deel bijeen. Jaarlijks werd er gekampeerd bij een korfbaltoernooi. “Maar het spelen bij de veteranen, daar vond ik verder niet zoveel aan. Je speelde soms tegen tegenstanders…”, lacht Lucas. “Maar ik had het niet willen missen.”
“Het zegt wel hoe wij als team al van jongs af aan samen hebben gespeeld”, vult Smit aan. “Het is gewoon een prachtige periode geweest, waar we nog steeds met trots op terugkijken.”
Echte DOS’ers
En of de heren zelf nog weleens een balletje gooien op het korfbalveld? “Alleen met de kleinkinderen af en toe”, zegt Lucas. “Walking korfbal heb ik nog niet geprobeerd, maar misschien ga ik dat binnenkort wel doen. Korfbal hoort bij mij. Ik had die periode niet willen missen.”
Ook zijn oud-teamgenoot raakt de bal nog maar weinig aan. “Maar ik ben wel bij elke thuiswedstrijd te vinden. Wij zijn en blijven echte DOS’ers.”
