Regio

Na 56 jaar dreigt einde voor Mariages Bruidsmode: “Ik kan wel huilen”

Na 56 jaar dreigt een vertrouwd gezicht uit de Hoofdstraat in Hoogeveen te verdwijnen. Mariages Bruidsmode sluit aan het einde van dit jaar de deuren als zich geen opvolger meldt. Eigenaresse Jenneke Drooglever (75) vindt het na al die jaren tijd om met pensioen te gaan, maar neemt met pijn in het hart afscheid. “Ik kan wel huilen.”

Jenneke hoopt dat iemand haar zaak alsnog wil voortzetten. In dat geval is ze zelfs bereid om de nieuwe eigenaar nog een tijdje te ondersteunen. “Ik zou heel graag willen dat het wordt voortgezet. Maar het moet voor mij ook goed voelen. Ik moet weten dat iemand het kan.”

Het verhaal gaat verder onder de video

YouTube player

Een opvolger vinden blijkt niet eenvoudig. Volgens de onderneemster vraagt het werken in een bruidsmodezaak om specifieke kennis en vaardigheden. Iedere trouwjurk moet immers passend worden gemaakt voor de klant. “Je moet echt kunnen naaien en er de tijd voor nemen. Je moet niet denken dat het grote geld vanzelf binnenkomt. Je moet er zelf voor werken.”

Barbie
De geschiedenis van het familiebedrijf gaat verder terug dan de 56 jaar waarin Mariages bestaat. De ouders van Jenneke begonnen in 1946 een stoffenwinkel in Hoogeveen. Haar moeder maakte daarnaast bruidsjurken.

De Hoogeveense raakte als kind al gefascineerd door het vak. Toen ze op haar tiende een Barbiepop kreeg, wist ze wat ze wilde maken. “Ik zei tegen mijn moeder: mama, ik wil een bruidsjurk maken voor mijn pop. Mijn moeder heeft me daarmee geholpen. Dat was eigenlijk het begin van mijn passie.”

Die belangstelling verdween niet. Terwijl ze in de stoffenwinkel klusjes moest doen, trok vooral de ruimte waar haar moeder met bruidsmode bezig was. “Als ik klaar was, was ik weer bij mijn moeder in de bruidskamer.”

Eigen winkel
In 1970 kreeg ze de kans om van haar passie haar beroep te maken. Toen ze haar vader vertelde dat ze verder wilde in de bruidsmode, wees hij haar op een winkelpand aan de overkant. Daar zat destijds een bakkerij.

Haar ouders kochten het pand en hielpen hun dochter bij het beginnen van haar eigen bruidsmodezaak. Daarmee werd de basis gelegd voor Mariages Bruidsmode, dat sindsdien aan de Hoofdstraat is gevestigd.

In de daaropvolgende decennia veranderde de bruidsmodewereld flink. Ze bezocht beurzen en leveranciers in onder meer Düsseldorf, Essen, Londen en Parijs om nieuwe collecties in te kopen. Later maakten dikke boeken en uiteindelijk internet het mogelijk om collecties op een andere manier samen te stellen.

Eén ding veranderde volgens haar niet: “Een bruidsjapon blijft gewoon altijd boeien.”

Bruiden in een ‘warm bad’
Persoonlijke aandacht vormt volgens haar al die jaren de kracht van de zaak. Een jurk verkopen alleen is niet voldoende. Het aanpassen, adviseren en begeleiden van een bruid kost veel tijd. Juist die tijd wil ze haar klanten geven. “Iedere klant die binnenkomt, komt hier in een warm bad terecht.”

De jubilea van de winkel behoren tot haar mooiste herinneringen. Zowel het 25-, 40- als 55-jarig bestaan vierde ze uitgebreid. Bij het laatste jubileum stonden onder meer oude trouwjurken en trouwfoto’s centraal.

Nog geen opvolger
Er hebben zich inmiddels belangstellenden voor een overname gemeld, maar een definitieve kandidaat is er nog niet. Eén geïnteresseerde zag uiteindelijk van een overname af omdat het vak te moeilijk bleek. Een andere kandidaat denkt er volgens de Hoogeveense nog over na.

Zolang een opvolger ontbreekt, bouwt Mariages de voorraad langzaam af. Bruidsjurken die daarna overblijven, wil ze gaan schenken aan een goed doel.

Toch hoopt ze dat het zover niet komt en iemand de zaak voortzet. Niet iedere geïnteresseerde komt daarvoor in aanmerking. “Ik ga de winkel niet zomaar verkwanselen aan iemand die denkt: het is wel leuk. Het moet iemand zijn met net zoveel passie.”

Na bijna haar hele leven tussen de bruidsjurken valt het naderende afscheid haar zwaar. Op de vraag wat een definitieve sluiting met haar doet, hoeft Jenneke niet lang na te denken.

“Heel veel. Heel veel. Ik kan wel huilen.”