Hoofdverdachte cokewasserij Nijeveen nog spoorloos

Politie en justitie zijn nog steeds op zoek naar Oguz H., vermeend kopstuk van de bende achter de vorig jaar augustus opgerolde cocaïnewasserij in Nijeveen. De 52-jarige Tilburger is tot nu toe met succes buiten beeld van de opsporingsdiensten gebleven, zo lieten de officieren van justitie vanochtend weten. Dat deden ze tijdens een nieuwe voorbereidende zitting in de strafzaak bij de rechtbank in Amsterdam.
De politie betitelde de wasserij, verstopt in een manege, als de grootste ooit in Nederland aangetroffen. Het Openbaar Ministerie liet eerder weten dat het lab zo’n enorme capaciteit had, dat het bij een jaar aan productie goed was voor een opbrengst van ruim 2,1 miljard euro.

In de wasserij lagen tienduizenden liters chemicaliën en ongeveer 100 kilo cocaïnepasta. Bij een inval in Apeldoorn stuitten agenten nog eens op 120.000 kilo steenkool, waarvan 22.000 kilo cocaïne bevatte.

Vier jaar geëist tegen manage-eigenaar
Eind juni werden bij de rechtbank in Amsterdam al gevangenisstraffen van vier jaar geëist tegen manege-eigenaar Jan B. (65) en een grote groep voornamelijk Colombiaanse mannen die in de wasserij aan het werk waren toen de politie daar binnenviel. In die zaak staat de uitspraak eind augustus gepland.

Deze week was een nieuwe tussentijdse zitting in de aparte strafzaak tegen tien verdachten die volgens justitie een prominentere rol in de organisatie vervulden. Onder hen is een politieman die tegen betaling informatie uit politiesystemen aan Oguz H. zou hebben geleverd.

‘Drijvende kracht’
De officier van justitie betitelde de spoorloze Tilburger eerder als ‘de initiator’ van het lab in Nijeveen, de ‘drijvende kracht’ die iedereen aanstuurde en de contacten over cocaïneleveringen onderhield met Colombia.

De strafzaak – aan het rollen gebracht door de geslaagde hack van chatdienst Encrochat – staan de komende maanden in het teken van getuigenverhoren. Eind september maakt de rechtbank opnieuw een tussenbalans op. Naar verwachting is de inhoudelijke behandeling in de eerste helft van 2022.

Foto Arjan Tien