Regio

Wetenschapper kritisch op gemeente Hoogeveen: “Daarmee los je het probleem niet op”

Dagenlang was het vorige week onrustig in het centrum van Hoogeveen. Dit is niet alleen een kwestie van individuele onruststokers. Groepsdruk, de behoefte om erbij te horen en de invloed van sociale media kunnen ervoor zorgen dat gedrag binnen een groep steeds verder escaleert. Dat zegt Ilse van de Groep, wetenschapper gespecialiseerd in psychologie en neurowetenschappen.

De gemeente zette onder meer cameratoezicht in, legde vijf jongeren een gebiedsverbod op en wees de Hoofdstraat aan als veiligheidsrisicogebied. Ook geldt er tijdelijk fietsverbod. De maatregelen zijn gericht op het voorkomen van nieuwe incidenten.

Maar waarom kan een groep jongeren zo gemakkelijk in onrustig of risicovol gedrag terechtkomen?

Groepsdruk
Verschillende behoeften van pubers en jongeren spelen hierbij volgens Van de Groep een rol. Jongeren willen gezien worden, erbij horen en zijn op zoek naar zelfstandigheid en status. Een centrale plek, zoals het centrum van een stad, kan hierbij aantrekkelijk zijn.

“Ze kunnen daar ervaren: hier kan ik erbij horen en geaccepteerd worden. Tegelijkertijd zijn jongeren in zo’n situatie gevoelig voor wat andere jongeren doen. Dit kan een positief effect hebben, maar ook verkeerd gaan. Zoals we in Hoogeveen hebben gezien.”

Niet naar de sportclub
Een veelgehoord argument op de overlast is dat de jongeren zich beter in de avond kunnen begeven bij een sportvereniging of een andere vrijetijdsbesteding. Volgens Van de Groep is dit een te makkelijke reactie, volgens haar geredeneerd vanuit de gedachte van een volwassene.

“Een sportclub is natuurlijk leuk voor jongeren die sporten leuk vinden en die geld hebben om het lidmaatschap te betalen. Maar jongeren zoeken ook laagdrempelige en misschien gratis manieren om samen te komen.”

De vraag is daarom welke alternatieven er zijn voor jongeren die elkaar in het centrum opzoeken. Een toegankelijke ontmoetingsplek kan volgens haar helpen, mits die samen met jongeren wordt ontwikkeld en rekening houdt met de belangen van omwonenden en ondernemers.

“Daarvoor moeten betrokken partijen met elkaar in gesprek. Wat hebben jongeren nodig? Welke behoeftes zijn er? Waar maken inwoners zich zorgen over? En hoe kunnen die belangen samenkomen. Je moet elkaar proberen te begrijpen. Dat is de eerste stap.”

Gebiedsverbod voor korte termijn
Daarbij benadrukt Van de Groep dat de huidige maatregelen van de gemeente tijdelijk zijn. Volgens haar is blijvende gedragsverandering nodig..“Op dit moment wordt het probleem verplaatst. Waar zijn de jongeren nu die vorige week voor overlast zorgden? Grote kans dat ze op zoek zijn gegaan naar een andere plek. Bovendien bestaat het risico dat jongeren zich nu niet begrepen voelen.”

Ook de relatie tussen jongeren en instanties verdient aandacht. Wanneer jongeren het gevoel hebben dat ze worden gehoord en vertrouwen hebben in bijvoorbeeld de politie, kan dat helpen om beter te begrijpen wat er speelt.

“Het gaat niet alleen om het identificeren van welke jongen precies overlast veroorzaakt. Het gaat er ook om of jongeren het gevoel hebben dat er echt iets met hun ideeën en input wordt gedaan en of ze die instanties kunnen vertrouwen.”