Voorzitter Binnenstad Hoogeveen na onrust in centrum “Waar zijn de ouders?”
Hard optreden tegen jongeren die voor overlast zorgen in het centrum van Hoogeveen is noodzakelijk, maar daarmee is het probleem volgens Erwin Slomp, voorzitter van Binnenstad Hoogeveen, niet opgelost. Aanleiding zijn meerdere incidenten waarbij jongeren voor overlast zorgen, ondernemers lastigvallen en bezoekers zich onveilig voelen. Volgens Slomp moet niet alleen worden ingegrepen wanneer het misgaat, maar is ook een bredere aanpak nodig om de overlast structureel terug te dringen.
Vooral het vuurwerk baart hem zorgen. Slomp zag zelf beelden op sociale media waarop zwaar vuurwerk in het centrum werd afgestoken. “Daar word je niet echt vrolijk van als je dat ziet. Het is intimiderend.”
Slomp is tevreden over het optreden van politie, handhaving en gemeente na de recente onrust in de binnenstad. “Niets geeft het recht om de boel te vernielen, mensen te intimideren of vuurwerk, stenen en eieren te gooien. Dat politie, handhaving en gemeente daartegen optreden, is gewoon hartstikke goed.”
Volgens hem is naast ingrijpen echter ook preventie nodig. De vraag is vooral hoe kan worden voorkomen dat jongeren opnieuw voor problemen zorgen. Daarbij ziet hij een belangrijke rol voor jongerenwerkers, jeugdagenten en jeugdboa’s.
Uit de anonimiteit
Slomp pleit ervoor meer te investeren in het contact met jongeren die in het centrum rondhangen. “Je moet verbinding krijgen met die jeugd. Haal ze uit de anonimiteit en zorg dat je weet wie ze zijn.”
Slomp vindt dat gemeente, politie en jongerenwerk vanuit hun eigen expertise meer op die persoonlijke benadering moeten inzetten. Volgens Slomp is het makkelijker om jongeren aan te spreken en verantwoordelijkheid te nemen als bekend is om wie het gaat.
Ouders
Ook ouders hebben volgens de voorzitter een belangrijke verantwoordelijkheid. “Ik vraag me echt af: waar zijn die ouders? Weten ouders wel wat hun kinderen uitspoken? Kijk ’s avonds om acht uur eens waar je kinderen zijn.”
Volgens Slomp spreekt de gemeente ouders aan van jongeren die bij de autoriteiten in beeld zijn. Hij vindt dat belangrijk, omdat normen en waarden volgens hem voor een belangrijk deel thuis worden meegegeven.
De groepen die hij in het centrum heeft gezien, bestaan volgens Slomp vooral uit jonge tieners. Op basis van zijn eigen waarnemingen en verhalen die hij heeft gehoord, schat hij de leeftijden tussen ongeveer 10 en 17 jaar. “Het is echt de jeugd.”
‘Zeg dan wat je wél wilt’
Dat jongeren aangeven dat er weinig voor hen te doen is, vindt Slomp te gemakkelijk. Hij wijst onder meer op het sportaanbod in Hoogeveen. Tegelijkertijd vindt hij dat jongeren zelf moeten aangeven waar zij behoefte aan hebben.
“Het is makkelijk om te zeggen: we hebben niks te doen. Zeg dan wat je wél wilt doen. Geef bij het jongerenwerk aan waar behoefte aan is en waar je het met elkaar fijn vindt.”
Dat jongeren graag samenkomen en rondhangen, begrijpt Slomp. Daar ligt volgens hem ook niet het probleem. De grens wordt bereikt wanneer de situatie omslaat in overlast, intimidatie of het gooien van vuurwerk.
Ondernemers
De onrust raakt volgens Slomp ook de ondernemers in de binnenstad. “Die ondernemers zijn gewoon met hun werk bezig en worden geconfronteerd met deze incidenten.”
