Cultuur

Artiesten houden van oudste theaterzaal van Drenthe: ‘Wat is er mooier dan deze snoepdoos?’

“Dit is de eerste keer dat ik foto’s maak van een zaal. Dat komt echt omdat ik hem heel mooi vind.” Rob Kemps, beter bekend als Snollebollekes, heeft al heel veel volle zalen getrokken. Maar voordat hij een voorstelling geeft in Schouwburg Ogterop in Meppel, loopt hij even door de zaal. Met zijn mobiel schiet hij wat foto’s. “Ik vind deze zaal fantastisch. Ik heb sowieso een voorliefde voor wat oudere spullen en gebouwen. Dingen waar nostalgie aan hangt. En dat is in deze zaal ontegenzeggelijk.”

Hij is niet de enige die de grote zaal van schouwburg Ogterop in Meppel bewonderd. Maar al te vaak zeggen artiesten voor ze beginnen tegen het publiek hoe mooi ze het vinden om hier op te treden. Dat is alleen voor het laatst in huidige vorm. Vandaag sluiten de deuren van de schouwburg. Het pand gaat tegen de vlakte en maakt plaats voor een nieuw theater. Het enige wat overeind blijft: de monumentale bonbonnière, waarvan er nog maar twaalf zijn in Nederland. RTV Drenthe maakte een ronde langs artiesten, over wat zij vinden van deze oudste theaterzaal van Drenthe.

“We hebben de luxe van grote bakken. We hebben in Carré gespeeld, in Luxor Rotterdam”, zegt Bert Visscher. “Dat is ook fantastisch. Overweldigend. Maar dit… Kijk nou toch. Je staat met de neus op het publiek. Dat is toch te gek. Heerlijk zaaltje. Perfect.”

Ook cabaretier Jan Beuving heeft in elf jaar tijd al in heel veel zalen gespeeld, maar de grote zaal in Ogterop heeft iets speciaals voor hem. “Wat voor mij heel bijzonder is: dit is de enige zaal in heel Nederland waar ik al mijn programma’s vanaf het begin heb gespeeld.” Dat is gekomen door een beetje toeval. “Ik werd hier uitgenodigd om in de kleine zaal te spelen. Daar heb ik een preview gespeeld, maar er was zo veel belangstelling dat ik twee avonden in de kleine zaal mocht. Toen bleek dat de belangstelling zo groot was, is mijn show de tweede avond omgeboekt naar de grote zaal. Daarom heb ik – en dat is echt uitzonderlijk – mijn eerste optreden in de grote zaal gespeeld. Dat was mijn allereerste grote zaal waar ik ooit een voorstelling heb gegeven.”

Voor Karin Bloemen voelt de zaal zelfs als thuiskomen. “Mijn ome Johan Bloemen heeft ooit meegebouwd aan Ogterop. Ik en de hele familie Bloemen, die hier nog in de buurt woont, zijn nog allemaal supertrots.”

Maar voor echte Meppeler artiesten, is het pas echt thuiskomen. “Het brengt mij even terug naar vroeger”, zegt Diets Dijkstra. De Meppeler is bassist bij de band JOHAN!. “Toen ik jong was heb ik hier wel eens in de zaal gezeten, maar ook weer niet zo vaak. Ik ben een keertje bij de Nits geweest. Had ik kaartjes voor gekregen. Ik vond de Nits heel saai, maar toen was ik nog heel jong.” En nu staat hij op het podium te kijken, en kijkt zijn familie toe. “Er komen veel mensen even kijken. Mijn oude moedertje is er, mijn broer. Het doet mij echt goed.”

Plaatselijke toneelvereniging Tavenu speelt sinds mensenheugenis de jaarlijkse voorstelling in Ogterop. “Op het moment dat je binnenkomt, ben je thuis”, zegt voorzitter Marjan Stiksma. “De geur, het geluid. Tavenu bestaat al 118 jaar. Het grootste deel van de voorstellingen hebben hier plaatsgevonden. Het is van ons, zeg maar. Zo voelt het.”

Dat geldt ook voor Mevrouw Ogterop. Jaarlijks maakt dat onder leiding van artistiek leider Lotte Dunselman een voorstelling dat het land doorgaat. Normaal speelt zij in de kleinere zalen, maar eenmaal mocht ze met Mevrouw Ogterop in de grote zaal in Ogterop spelen. “Het is echt wel wat anders, zo’n lijst. Ik heb altijd op vlakke vloer gespeeld. Dit is voor het eerst in zo’n lijst. Dan sta je echt veel meer op afstand van het publiek. Maar het is zo’n mooie zaal, die wil je ook niet links laten liggen.”

Datzelfde geldt ook voor de Ashton Brothers. “Het decor zoals we het normaal hebben past niet. We passen het aan aan Ogterop”, zegt Joost Spijkers namens de toneelgroep. “We laten een paar dingetjes weg. We hebben een paar doekjes te heet gewassen en dan past het wel. We zorgen altijd dat het klopt. Maar, wat is er nou mooier dan een snoepdoos als deze?”

Voor een heel orkest kan het ook wat krapjes zijn. “We lopen wel eens tegen dingen aan, letterlijk en figuurlijk. Het is heel krap achterin. Dus je stoot elkaar wel eens aan. Je loopt echt als sardientjes in een blikje naar de koffie.”

“Het werk van ome Johan Bloemen wordt helaas verbouwd en overgenomen door de jongere generatie”, ziet Karin Bloemen. “Zo hoort het natuurlijk ook. Maar ik ben heel blij dat weduwe Ogterop zich niet in haar graf hoeft om te keren, want de bonbonnière blijft.” En daar is iedereen blij mee. Peter Heerschop: “Je het hebt over klassieke zalen. Neem Odeon in Zwolle, Stadsschouwburg Haarlem, Leidse Schouwburg, De Kleine Komedie en Carré in Amsterdam of Oude Luxor in Rotterdam. De zalen die al zo lang bestaan, in dat rijtje hoort deze zaal thuis.” Viggo Waas vult aan: “Het is echt een van de mooiste zalen van Nederland.”

Zo zijn lang niet alle zalen in het land. “Het is best wel lekker om even in een theater te komen met heel veel karakter”, zegt Tim Knol. “Dat klinkt misschien een beetje grof, maar veel theaters in Nederland zijn nieuwbouw. En dit is gewoon echt een heel mooi oud theaterzaal. Ik wilde zeggen zaaltje, maar het is een flinke zaal. Het heeft veel sfeer en karakter, dus het speelt gewoon heel lekker.” Diederik Jekel moet lachen. “Andere zalen zijn allemaal vreselijk ten opzichte van deze zaal. Nee, elke zaal heeft zo zijn eigen charme. Alles zalen zijn anders. De techniek is nergens hetzelfde, de sfeer is nergens hetzelfde. Maar je voelt dat dit een zaal met heel veel geschiedenis is.”

Als Snollebollekes heeft Rob Kemps al in heel veel grote zalen gespeeld. Maar de grote zaal in Ogterop is toch wat anders. “Waar ik als Snollebollekes speel, zijn iets minder mooie zalen. En die tenten breek ik altijd af. Dus dat zou zonde zijn.”

Tekst/Foto: Stefan Klomp (RTV Drenthe)